Uit het atelier
De bloemen van mijn oma
Hoe een tuin uit mijn jeugd, een eerste camera en veel geduld samenkwamen in mijn botanische kunstfotografie.

Mijn oma noemde bloemen haar stille vrienden. In haar tuin waren ze overal. Ik herinner me vooral de rozen na een regenbui en de tulpen waar het zonlicht dwars doorheen scheen. Zij kon lang naar haar border kijken. Niet vluchtig, niet om te beoordelen of iets mooi stond, maar alsof iedere bloem iets te zeggen had.
Als kind vond ik dat vanzelfsprekend. Pas later begreep ik hoeveel aandacht daarin zat. Mijn oma zag wanneer een knop net iets verder was opengegaan. Zij merkte het wanneer een bloem zich naar het licht had gedraaid. Ze keek niet naar bloemen als decoratie, maar als levende vormen met karakter.
De tuin waar het kijken begon
De tuin van mijn oma is er nog vaak wanneer ik aan het werk ben. Niet letterlijk. Mijn beelden ontstaan meestal met een bloem, natuurlijk licht en een rustige achtergrond. Toch herken ik tijdens het fotograferen soms precies dat gevoel van vroeger.
Het zit in de geur van een roos die net nat is geweest. In een tulpenblad dat licht doorlaat. In de eigenwijze houding van een steel die telkens een andere kant op buigt dan ik had bedacht.
“Oma noemde bloemen haar stille vrienden. Ik probeer ze zo te fotograferen dat u dat ook voelt.”
Misschien is dat waarom ik bloemen nooit als eenvoudige versiering heb gezien. Een bloem kan vertrouwd aanvoelen. Ze kan een herinnering wakker maken, een ruimte stiller maken of iets laten zien wat u pas opmerkt wanneer u langer blijft kijken.
De camera kwam later
Fotografie begon voor mij met een spiegelreflexcamera die ik van mijn man kreeg. Op zondagochtend zette ik een bos bloemen op het theekastje en probeerde ik uit wat er gebeurde wanneer ik hem dichter bij het raam plaatste. Soms was het licht te hard. Soms werd alles vlak. Heel af en toe zat er een beeld tussen dat bleef hangen.
Ik ging steeds langer kijken voordat ik een foto maakte. Welke bloem trok mijn aandacht? Wat gebeurde er wanneer ik de vaas een klein stukje draaide? Kon ik een bloem apart zetten zonder dat zij haar levendigheid verloor?
Zo werd een hobby langzaam serieus. Niet door een groot besluit, maar door veel kleine zondagen waarop ik opnieuw wilde proberen wat de vorige keer net niet lukte.
Wachten hoort bij het werk
Ik werk met natuurlijk licht. Dat betekent dat ik niet alles zelf kan bepalen. Op een bewolkte dag is het licht zacht en gelijkmatig. Wanneer de zon plotseling verschijnt, verandert de bloem meteen. Soms moet ik wachten. Soms moet ik juist snel zijn.
Voor een opname kan ik uren bezig zijn. Een groot deel van die tijd maak ik geen foto. Ik verplaats een bloem, doe een stap achteruit en kijk opnieuw. Het verschil tussen een aardige foto en een beeld dat werkelijk iets draagt, kan heel klein zijn.
Ik zoek ook niet altijd de bloem die er het meest perfect uitziet. Een geknakt blad of een scheve steel kan juist belangrijk worden. Bloemen hebben karakter. Wanneer ik te veel probeer te corrigeren, verdwijnt dat vaak als eerste.
Wat de schaduw laat zien
Mijn foto’s zijn donker. Niet als effect achteraf, maar als manier van kijken. De schaduw helpt mij om alles wat niet nodig is weg te laten. Daardoor krijgt de bloem meer ruimte.
Donkerte maakt kleur intenser. Het rood van een bloem wordt warmer. Een geel hart vangt plotseling al het licht. Bij een bleke bloem worden de dunste nerven zichtbaar.
Wanneer ik een beeld selecteer, stel ik mezelf eenvoudige vragen. Blijf ik langer kijken dan ik van plan was? Heeft de bloem een eigen aanwezigheid? Werkt het beeld ook op groot formaat? Zou ik er zelf iedere dag mee willen leven?
Techniek speelt daarbij een rol, maar techniek is niet het eindpunt. Een perfecte opname kan nog steeds weinig zeggen. Uiteindelijk kies ik het beeld dat mij terugroept.
Een bloem aan de muur
De werken uit mijn collectie worden in kleine oplages uitgebracht. De afwerking met Diasec® acrylglas, dibond en zwarte eiken lijst past bij de manier waarop de foto ontstaat: zorgvuldig, stil en gericht op diepte.
Het diepe zwart blijft aanwezig. Het licht krijgt scherpte. Van dichtbij ziet u kleine details; van een afstand blijft vooral de vorm van de bloem over. Juist die wisseling vind ik belangrijk. Een werk moet niet in een keer alles prijsgeven.
Iedere bloem heeft een ander temperament. Sommige vragen direct aandacht. Andere laten zich langzaam ontdekken. Ik vind het mooi dat hun betekenis niet vastligt. De herinnering die ik bij een bloem heb, hoeft niet dezelfde te zijn als die van iemand anders.
Misschien denkt u bij een werk aan een tuin van vroeger. Aan bloemen op een tafel. Aan iemand die altijd verse rozen in huis had. Misschien ziet u alleen kleur, licht en een vorm die rust brengt.
Dat is precies genoeg. Iedere foto begint ergens bij de tuin van mijn oma, bij de tijd die zij nam om te kijken en bij haar stille vrienden. Dat is wat ik probeer door te geven.